Franchise- en/of agentuurovereenkomst (deel I)
Naar aanleiding van een recente bijdrage in deze rubriek van een kantoorgenoot is gebleken dat nog enige behoefte bestaat om de voornaamste verschillen tussen een franchise-overeenkomst en agentuurovereenkomst nader toe te lichten. In de praktijk komt het namelijk geregeld voor dat in samenwerkingsovereenkomsten enerzijds bepalingen zijn opgenomen die op een agentuurovereenkomst duiden terwijl anderzijds bepalingen zijn opgenomen die een franchise-overeenkomst doen vermoeden.
Hoewel het mogelijk is om een agentuurovereenkomst in franchisevorm overeen te komen, is het - voornamelijk met betrekking tot Europese mededingingswetgeving - van belang om in dat geval de verschillende regimes correct te implementeren.
In deze bijdrage zal ik allereerst ingaan op het belang voor u als franchisenemer om te verifiëren welke overeenkomstenvorm bij uw samenwerkingsovereenkomst de boventoon voert. Dit is ondermeer van belang inzake de goodwillvergoeding bij beëindiging van de overeenkomst. Deze is namelijk - in tegenstelling tot de franchise-overeenkomst - bij de agentuurovereenkomst wettelijk geregeld. In mijn volgende bijdrage in deze rubriek zal ik voorts nader ingaan op mededingingrechtelijke verschillen tussen de twee samenwerkingsvormen.
In artikel 442 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat de agent bij het einde van de overeenkomst recht heeft op een klantenvergoeding, met dien verstande dat de agent heeft zorggedragen voor nieuwe klanten voor de principaal dan wel de overeenkomsten met bestaande klanten aanmerkelijk heeft uitgebreid en de overeenkomsten met klanten de principaal aanzienlijke voordelen heeft opgeleverd. In voornoemd artikel wordt met betrekking tot het bedrag van deze vergoeding gesteld dat deze niet hoger kan zijn dan de beloning van 1 jaar, berekend over het gemiddelde van de laatste 5 jaren of, indien de overeenkomst korter heeft geduurd, over het gemiddelde van de gehele duur daarvan. Overigens zij opgemerkt dat deze goodwillvergoeding los staat van een eventuele schadevergoeding bij het onrechtmatig beëindigingen van de overeenkomst door de principaal. Bij een franchise-overeenkomst is de financiële afwikkeling bij beëindiging van de overeenkomst niet wettelijk vastgelegd en dienen dus onderling nadere afspraken te worden gemaakt. Het behoeft uiteraard geen betoog dat het wenselijk is dit voorafgaand aan het aangaan van de franchise-overeenkomst te regelen en vast te leggen
In de jurisprudentie is voorts bepaald dat de agentuurovereenkomst niet op schrift hoeft te zijn gesteld teneinde rechtsgeldig te zijn. Partijen kunnen evenwel op elk moment tijdens de duur van de mondelinge overeenkomst elkaar verzoeken de inhoud van de overeenkomst, zoals die na eventuele tussentijdse wijzigingen luidt, op schrift te stellen en te ondertekenen. Wel is in de jurisprudentie bepaald dat het ontbreken van een schriftelijk stuk in het algemeen geen aanleiding geeft om, indien de agent dit stelt, de bewijsplicht om te draaien en de principaal te belasten met het bewijs om aan te tonen dat er geen sprake is van een mondelinge agentuurovereenkomst.
Omdat aan de mondelinge agentuurovereenkomst geen bepaalde tijd is verbonden beschouwt het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de opzegging van de agentuurovereenkomst, als zou die zijn aangegaan voor een onbepaalde tijd. Artikel 7:437 BW bepaalt vervolgens dat ieder der partijen in dat geval bevoegd is de overeenkomst te doen eindigen met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn. Gezien het feit dat bij mondelinge overeenkomsten geen sprake is van een overeengekomen opzegtermijn, is in voornoemd artikel bepaald dat deze gesteld dient te worden op vier maanden te vermeerderen, met een maand indien de overeenkomst 3 jaren duurt en te vermeerderen met 2 maanden indien de overeenkomst 6 jaren duurt.
Concluderend blijkt dat de agent zich bij beëindiging van agentuurovereenkomst kan beroepen op een pakket aan - grotendeels beschermende – regelgeving terwijl het bij een franchisenemer zaak is dit vooraf met de contractspartij kort te sluiten.
Voor informatie:
Theodoor Ludwig of Derk van Dam
Ludwig & Van Dam advocaten
Koningin Emmaplein 7, 3016 AA Rotterdam
Telefoon: 010 – 2415777, fax 010 - 2415770
www.ludwig-vandam.nl
e-mail: lvd@ludwig-vandam.nl









