Contractsvrijheid in franchising
In de praktijk wordt de vraag wel eens opgeworpen in hoeverre het mogelijk is binnen een franchise-organisatie met verschillende franchisenemers verschillende contractuele afspraken te maken, bijvoorbeeld op het punt van exclusieve gebieden, franchisefee en/of contractsduur.
Een van de hoofdbeginselen in het Nederlands rechtssysteem is dat van contractsvrijheid: partijen mogen in beginsel alles met elkaar overeenkomen wat zij willen, en dat vastleggen, behoudens in de wet omschreven uitzonderingen, zoals onzedelijke overeenkomsten, onrechtmatige overeenkomsten en afspraken die tegen de (straf)wet ingaan. Daarover zijn boeken volgeschreven, doch dat is niet het onderwerp van deze bijdrage. Wel is het onderwerp daarvan de vraag of en in hoeverre de samenwerking binnen een franchise-organisatie in de weg zou kunnen staan aan het beginsel van contractsvrijheid, waar het de relaties tussen de franchisenemers onderling betreft. Meer concreet: in de praktijk wordt de vraag wel eens opgeworpen in hoeverre het mogelijk is binnen een franchise-organisatie met verschillende franchisenemers verschillende contractuele afspraken te maken, bijvoorbeeld op het punt van exclusieve gebieden, franchisefee en/of contractsduur.
Het antwoord op die vraag luidt bevestigend: natuurlijk is het een gezond uitgangspunt om in een franchise-organisatie er naar te streven dat alle franchisenemers op een gelijke wijze worden behandeld. Dat beginsel laat echter onverlet dat iedere franchisenemer een verschillend mens is, met een onderneming die onder andere omstandigheden opereert dan die van de collega. Er is een groot aantal omstandigheden te noemen dat kan dicteren dat franchisenemer A onder andere voorwaarden met zijn franchisegever samenwerkt dan franchisenemer B. Een eenvoudig voorbeeld is de contractsduur: waar franchisenemer A zelf zijn bedrijfsruimte in eigendom heeft kan in volledige vrijheid een contractsduur van bijvoorbeeld vijf jaar worden afgesproken. Waar franchisenemer B echter de bedrijfsruimte van zijn franchisegever onderhuurt, is het veelal wijsheid de duur van de franchise-overeenkomst aan die van de huurovereenkomst te koppelen, hetgeen een fors afwijkende contractsduur van de franchise-overeenkomst kan opleveren.
Concluderend kan het dus wel zo zijn dat binnen een en dezelfde franchise-organisatie onder verschillende voorwaarden met de franchisenemers wordt samengewerkt. Daarbij zij echter wel, nogmaals, opgemerkt dat het beginsel “gelijke monnikken, gelijke kappen” ook in franchising natuurlijk een gezond uitgangspunt is.
Voor informatie:
Theodoor Ludwig of Derk van Dam
Ludwig & Van Dam advocaten
Koningin Emmaplein 7, 3016 AA Rotterdam
Telefoon: 010 – 2415777, fax 010 - 2415770
www.ludwig-vandam.nl
e-mail: lvd@ludwig-vandam.nl









