Goodwillbetalingen bij bedrijfsoverdracht
Veel franchisenemers verkeren onterecht in de veronderstelling dat, indien zij hun onderneming of bedrijfsexploitatie beëindigen dan wel verkopen aan een opvolgend franchisenemer, zij voor de door hen opgebouwde goodwill gecompenseerd dienen te worden door de franchisegever. Deze gedachtegang is evenwel in beginsel onjuist. Een franchisenemer is een zelfstandig ondernemer en plukt aldus zelfstandig de vruchten van zijn inspanningen. De goodwill die hij in de exploitatie van zijn franchise opgebouwd heeft, zal hij zelf ten gelde moeten maken. Hij kan hiervoor in beginsel niet aankloppen bij zijn franchisegever.
De gedachte dat dit wel zo is heeft waarschijnlijk post gevat door een onterecht vergelijk met het leerstuk van de agentuur. Een agent dient bij het beëindigen van zijn agentuur-overeenkomst namelijk wél gecompenseerd te worden voor de door hem gekweekte goodwill. Een agent is echter niet evenzo zelfstandig als de franchisenemer.
Uiteraard heeft de afwezigheid van een verplichting voor de franchisegever om goodwillbetalingen te doen ook een gunstige kant. Indien een franchisenemer zijn zaak verkoopt en hiervoor goodwillbetalingen ontvangt, zijn deze uiteraard volledig en uitsluitend voor hem. De franchisegever kan hierop in principe geen aanspraak maken, tenzij er uiteraard andere afspraken uit de franchise-overeenkomst zelve voortvloeien.
Het staat de franchisenemer aldus vrij zelf te bepalen wat zijn goodwill is en wat hij hiermee gaat doen. Uiteraard kan de franchisegever wel nog enige invloed uitoefenen op de persoon of vennootschap die tot zijn franchise-organisatie toetreedt. Volledig vogelvrij is de franchisenemer dus niet met betrekking tot goodwillvraagstukken.
Voor informatie:
Theodoor Ludwig of Derk van Dam
Ludwig & Van Dam advocaten
Koningin Emmaplein 7, 3016 AA Rotterdam
Telefoon: 010 – 2415777, fax 010 - 2415770
www.ludwig-vandam.nl
e-mail: lvd@ludwig-vandam.nl








