Franchise- en/of agentuurovereenkomst (deel II)
In navolging van mijn vorige bijdrage in deze rubriek, waarin ik een eerste aanzet heb gegeven om de verschillen tussen een agentuurovereenkomst en franchiseovereenkomst nader uit te werken, zal ik onderstaand nader ingaan op de verschillen met betrekking tot de Europese Wetgeving inzake mededinging.
Allereerst merk ik op dat de agentuurovereenkomst - indien de agent geen of slechts minieme risico’s loopt in verband met de contracten waarover hij onderhandelt en/of die hij sluit voor rekening van de principaal - in beginsel en in tegenstelling tot de franchise-overeenkomst- buiten het toepassingsgebied van artikel 81 lid 1 van het EG-verdrag valt, waarin de bepalingen betreffende mededinging zijn ondergebracht.
De Europese Commissie is van mening dat artikel 81 lid 1 van het EG-verdrag in het algemeen niet van toepassing zal zijn op de verplichtingen die op de agent rusten in verband met de contracten waarover hij voor rekening van de principaal onderhandelt en/of die hij voor diens rekening sluit, indien de eigendom van de gekochte of verkochte contractgoederen niet op de agent overgaat of de agent niet zelf de contractdiensten levert en mits de agent:
Er zijn echter uitzonderingen. Indien de agent (voor een groot deel) de risico’s draagt inzake de contracten waarover hij voor rekening van de principaal onderhandelt en/of die hij voor diens rekening sluit en hij wordt behandeld als een onafhankelijke wederverkoper die zelf zijn marketingstrategie dient te bepalen om zijn contract- of marktspecifieke-investeringen te kunnen terugverdienen is er sprake van een zogenaamde ‘oneigenlijke’-agentuurovereenkomst. In dat geval kan de agentuurovereenkomst wel degelijk onder het toepassingsgebied van het Europese Mededingingsrecht vallen en kan de aanwezigheid van hiermee in strijd zijnde bepalingen eventueel tot nietigheid van de gehele overeenkomst leiden.
Kort en goed zijn er gezien het bovenstaande toch belangrijke verschillen tussen beide samenwerkingsovereenkomsten te onderscheiden die voor zowel franchisenemer als franchisegever verstrekkende gevolgen kunnen hebben met betrekking tot de van toepassing zijnde wetgeving. Het is derhalve aan te bevelen om bij zowel nieuwe als reeds bestaande overeenkomsten te na te gaan welke van de twee genoemde regimes de boventoon voert en naar aanleiding daarvan eventueel nadere maatregelen te nemen.
Voor informatie:
Theodoor Ludwig of Derk van Dam
Ludwig & Van Dam advocaten
Koningin Emmaplein 7, 3016 AA Rotterdam
Telefoon: 010 – 2415777, fax 010 - 2415770
www.ludwig-vandam.nl
e-mail: lvd@ludwig-vandam.nl









