Mogelijke aansprakelijkheid uit overeenkomsten met derden
Naast de gesloten overeenkomst tussen de franchisegever en franchisenemer kunnen ook andere overeenkomsten mogelijk invloed hebben op het handelen en aansprakelijkheid van de franchisenemer.
Een bekend fenomeen in franchising is dat de franchisegever contracten sluit met derden. Zo valt te denken aan contracten met leveranciers van de goederen en plaatsing van (al dan niet tijdelijke) faciliteiten. Een dergelijk contract (hierna te noemen: “master-overeenkomst”) wordt in de meeste gevallen niet aan de franchisenemer ter hand gesteld. Wel wordt in veel gevallen een afgeleide daarvan als franchise-deelcontract aan de franchisenemer voorgelegd. Toch blijkt het in de praktijk nuttig om van de franchisegever inzage in de master-overeenkomst te verlangen omdat de daarin opgenomen bepalingen mogelijke (in)directe gevolgen kunnen hebben voor de franchisenemers.
Te denken valt bijvoorbeeld aan bepalingen die de mededinging kunnen beperken. Zo is het bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat partijen over en weer verstrekkende afspraken hebben gemaakt omtrent de exclusiviteit van de te leveren goederen, faciliteiten en vestigingspunten. Afhankelijk van het marktaandeel van partijen zou dit derhalve een merkbare beperking in de mededinging kunnen veroorzaken. Op deze mannier kunnen derhalve uitsluitingseffecten optreden waarvoor de NMa zware sancties kan opleggen. In de eerste plaats zullen uiteraard de franchisegever en zijn contractspartij, als directe contractanten, worden aangesproken. Niet ondenkbaar is echter dat de franchisenemers worden aangesproken op het feit dat zij hebben geprofiteerd van het ontoelaatbaar gedrag van de franchisegever. Het bevoegd gezag kan zich namelijk op het standpunt stellen dat de franchisenemer - op basis van zijn onderzoeksplicht - op de hoogte was of had moeten zijn van het feit dat er mogelijk in strijd met wettelijke bepalingen gehandeld werd.
Concluderend stel ik derhalve dat het raadzaam is om bij het aangaan van contracten met derden niet slechts te vertrouwen op de goede bedoelingen en kennis en kunde van de franchisegever maar tevens zelf als franchisenemer (al dan niet verenigd) een actieve houding in te nemen omdat - ondanks het feit dat de franchisenemer geen directe contractspartij is - aansprakelijkheid en financieel nadeel niet ondenkbaar is.
Voor informatie: Theodoor Ludwig of Derk van Dam
Ludwig & Van Dam advocaten
Koningin Emmaplein 7, 3016 AA Rotterdam
Telefoon: 010 – 2415777, fax 010 - 2415770
www.ludwig-vandam.nl
e-mail: lvd@ludwig-vandam.nl









